is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van is door artikel 52 van het regeerings-reglement aan den gouverneur-generaal gedelegeerd voor een bepaald geval en voor een bepaald deel dier onderdanen, eene delegatie die wijkt zoodra de drager der Kroon zelf bet gratierecht ook over die groep zijner onderdanen uitoefenen wil. 1)

Dit is bij de tot standkoming van het regeerings reglement uitdrukkelijk geconstateerd. In het voorloopig verslag werd zelfs in bedenking gegeven oin enkele gevallen uit te zonderen waarin de uitoefening van bet gratierecht aan den gouverneur-generaal zon zijn onttrokken 2), doch de regeering wees terecht op de moeielijkheid om die gevallen te noemen 8) die dan het aan den gouverneur generaal gedelegeerde recht zouden moeten kortwieken en, laat zij hierop volgen: „de Koning kan het gratie recht krachtens de grondwet ook in de koloniën uitoefenen, wanneer in enlcele gevallen zijne lusschenhomst mocht noodi,/ zijn of zijne beslissing door den Gouverneur Generaal mocht worden ingeroepen."

De gecursiveerde woorden zijn weer van die onjuistheden, waarop men in menigte stuit hij de genesis van ons regeeringsreglement.

Neen, niet alleen als 's Konings tusschenkorast mocht noodig zijn, ook niet alleen als 's Konings welmeenen verzocht wordt, maar altijd, uit krachte van de nederlandsche grondwet kan de Koning van zijn onbeperkt souverein recht gebruik maken, als de Koning wil. 4)

De vraag heeft niettemin, kort na de inwerkingtreding van het regeerings-reglement, reeds in 1855, een punt van gedachtenwisseling uitgemaakt tusschen den gouverneur-generaal Pahud en den minister Rochussen, waarvan het besluit van 14 Februari 1856 5) het gevolg was. Aanleiding hiertoe was de omstandigheid

1) Heemskerk lieeft dit blijkbaar over het hoofd gezien bij de toelichting van artikel 66 Grondwet.

2) Keuchenius II p. 405. 3) Ibidem p. 510. 4) Zie ook in Tijdschrift voor Strafrecht II pag. 318 sqq. een opstel van Mr. Snijder van Wissekcrke. 5) Bijblad no. 1095,