is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat gratie alleen denkbaar is van straf, principale of accessoire. De minister van justitie, in art. 12 eene accessoire straf ziende, achtte dus gratie mogelijk.

De minister van koloniën Sprenger van Eijk was dit gevoelen niet toegedaan maar opperde andere bezwaren. Eerloosheid, zoo betoogde hij — bestaat qua talis niet meer in Indië. De minister bedoelde, wat ik hierboven memoreerde, dat de indische strafwet geene onteerende straffen kent. Als dus een verzoek gedaan wordt tot rehabilitatie dan moet dit zóó worden opgevat dat verzocht wordt de opheffing van de rechtsgevolgen door art. 12 aan eene veroordeeling verhonden.

Tot zoovere is het betoog volkomen logisch. Minder echter is dit bet geval met hetgeen hieraan wordt toegevoegd als theses : rehabilitatie heeft steeds bedoeld de soort van eerloosheid bestaande in het verlies der rechten van art. 12 op te heften, eerloosheid als zoodanig bestaat in Indië niet meer.

Atqui ergo: waar geene eerloosheid bestaat daar ook geene quaeslie van rehabilitatie.

'Rehabilitatie toch onmogelijk omdat de voor N.-L geldende wetgeving kent geene rehabilitatie en kent aan geenerlei gezag het recht toe die te verleenen.

Die stellingen door den minister van koloniën in 1886 geposeerd vonden geene instemming bij den gouverneur generaal, noch bij zijne adviseurs, den raad van Indië en het hoog-gerechtshof. De minister handhaaft ze in 1857, ook na de zaakkundige bestrijding dier autoriteiten, en geeft te kennen dat hij tegenover hen en tegenover zijn ambtgenoot van justitie aan zijne vroeger geuite meening vasthoudt dat er geen middel bestaat om de gevolgen die de indische strafwet aan eene veroordeeling vastknoopt, op te heften; het voorstel van den gouverneur-generaal van Rees om, als de minister niet overtuigd werd, alsdan door de wet eene voorziening te doen nemen, wordt door den minister verworpen als onnoodig met het oog op de voorbereiding van een nieuw strafwetboek voor Indië.

Het praktische gevolg van de zienswijze van den voor liet opperbestuur verantwoordelijken minister was alsnu dat de ver-