is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BURGERLIJKE ZAKEN.

HOOGER BEROER

HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERL ANDSCI1-INDIE, (Eerste Kamer).

Zitting van 3 November 1892.

Voorzitter : Mr. J. Sibeniüs Trip.

Artt. 132, 283, 354, 720, 724 en 725 Rv. — Competentie van den President in kort geding. — Burgerlijke maatschap. overeenkomst door een

der vennooten voor rekening der maatschap gesloten. conservatoir beslag.

Verduistering.

De beslissing van den President omtrent de opheffing van een conservatoir beslag betreft eene onverwijlde voorziening bij voorraad.

Die ophefing lcan gelast worden op grond dat van geene verduistering blijkt, zonder dat dit eene beslissing op de hoofdvordering schaadt.

De President van den Raad van Justitie is bevoegd in kort geding eene beslissing bij voorraad te nemen op het verzoek tot opheffing van conservatoir beslag, daarop gegrond dat summitrlijk van de ondeugdelijkheid der vordering blijkt.

Door een der vennooten eener maatschap eene overeenkomst aangegaan zijnde in naam der maatschap, dan kan een der andere vennooten de uitvoering der overeenkomst vorderen.