is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zeer terecht door den president deze interpretatie van art. 724 Rv. is gewraakt, immers waar de wet de exceptioneele bevoegdheid des voorzitters in eene apirte afdeeling nauwkeurig definieert, men haar niet kan toedichten dat zij het elders van het bon plaisir der justiciabelen heeft willen doen afhangen om eene vordering bij hem aan te brengen, tot welker berechting hij volgens de bepalingen dier afdeeling onbevoegd zou zijn;

dat een gezonde wetsexplicatie derhalve medebrengt deze artikelen in derzelver verband te lezen en aan te nemen dat men de keus tusschen president en raad heeft, waar in het algemeen de zaak vatbaar is voor berechting in kort geding, niet dat men. tengevolge van zijn keus ooit de zaak bij den president zou vermogen te brengen in een geval, waarin deze ingevolge de bepalingen van de 1Sde afdeeling onbevoegd zou zijn;

dat, waar een justitiabele de zaak bij den president gebracht heeft, men moet onderscheiden of deze onbevoegd is, in welk geval hij zich onbevoegd verklaren moet, dan wel of hij in het algemeen bevoegd zijnde, in casu te doen heeft met een zaak die uitstel gedoogt of niet vatbaar is om in kort geding genoegzaam te worden toegelicht, in welk geval hij renvoieeren moet;

dat dus niet opgaat appellante redeneering dat, omdat de president, waar van hem een oordeel gevraagd wordt over het summierlijk bewijs voor de ondeugdelijkheid der vordering, niet ingevolge art. 285 Rv. renvoieeren mag, daaruit nu zoude volgen zijne bevoegdheid om van alle zaken, in welke zulk een oordeel van hem gevraagd wordt, kennis te nemen;

dat de bevoegdheid eerst vast moet staan en dan pas de vraag verrijst of zich een der gevallen van art. 285 Rv. voordoet, niet omgekeerd ;

dat toetst men de onderwerpelijke vordering aan de wet, alsdan de onbevoegdheid duidelijk blijkt;

dat immers, door appellante is geposeerd dat de beslissing, die hij thans van den president vorderde, eene beslissing bij voorraad is;

dat alsdan hier ook art. 286 Rv. van toepassing is, aan het criterium waarvan de zaak echter niet voldoet;