is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pellante liare ondernemingen gesloten mocht liebben — vermits — daargelaten dat de op het oogenblik minder gunstige stand der tabakmarkt die handeling mogelijk zoude kunnen wettigtn — uil niets ten processe blijkt, dat daardoor hare bevoegdheid om later weder de verkregen landconcessies door het kweeken van tabak of anderzins productief te maken niet meer geheel intact zoude zijn gebleven;

O. dat alzoo in casu niet blijkende dat de schuldenares heeft aangevangen hare roerende goederen te verduisteren, het gevraagde verlof tot liet leggen van conservatoir beslag niet had mogen worden verleend;

O. dat geintimeerde voor eiseh incidenteel subsidiair in appel in secundum subsidium geconcludeerd heeft, gelijk boven bij de uiteenzetting der daadzaken is omschreven;

dat het voorgestelde getuigenbewijs evenwel niet kan worden toegelaten, wat de sub 1 tot en met 3 en de sub 5 omschreven feiten betreft, omdat zij in verband met het onmiddellijk voorafgaande niet tot de beslissing der zaak (begin van verduistering van roerende goederen) kunnen leiden en, wat het sub 4 gestelde aangaat, omdat dit volgens geintimeerde zelve eerst na het verleende verlof en het gelegd beslag zoude hebben plaats gehad, en mitsdien geheel op zich zelf nooit tot het verleenen van dat verlof grond zoude hebben kunnen of mogen opleveren;

O. dat geintimeerde nog verzocht heeft appellante op een tweetal vraagpunten te hooren, in het kort hierop nederkotnende of niet de heer A. Runge volmacht had om hare tabak te oogsten, te verpakken en te verschepen en of hij niet van haar macht bekomen had om een deel er van naar Amerika te verschepen;

dat uit het voorafgaande evenwel weder volgt, dat de gestelde vragen niet ter zake dienende zijn en dit verzoek derhalve evenmin kan worden toegestaan;

O. dat appellante ten slotte verzocht heeft de opheffing van het beslag te gelasten zonder borgtocht;

dat onderwerpelijk verlof gevraagd is tot het leggen van het