is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat alleen ter zijner bcoordeeling, daar hem hij art. 19 Strafv. de bevoegdheid is toegekend om de stukken in handen van den rechter-commissaris te stellen met zoodanige requisitoiren als hij geraden zal oordeelen 126

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCÏÏ-INDIE, (Tweede Kamek).

RAAD VAN JUSTITIE TE MAKASSER.

Staatsblad 1825 no 44. — Art. 258 Inl. Strafwetboek. — Slavenhandel. — Onwettige vrijlieidsberooving.

Het feit, dat iemand in een staat, waar de slavernij hccrscht, slaven heeft gekocht, die vervoert naar een plaats binnen N. I., waar zij ophouden slaven te zijn, en ze aldaar volgens voorafgemaakte afspraak aan een ander ter verrichting van bediendenarbeid in huis overlevert, terwijl deze ze zonder loon, doch tegen genot van kost en kleeding huiswerk laat doen, met uitdrukkelijk verbod het huis te verlaten, levert slavenhandel noch medeplichtigheid daaraan in den zin van Staatsblad 1825 no. 44 op.

Evenmin wordt daardoor gepleegd het misdrijf van onwettige gevangenhouding of ccnig ander strafbaar feit 242

Artt. 82 en 33 Algem. Bep. van wetgeving jeto. Staatsblad 1884 no. 215. — Slavenhandel door een Ned.-Ind, ingezetenen gepleegd in een bondgenootschappelijk rijk, alwaar de slavernij heerscht en de slavenhandel is toegelaten. — Strafvervolging.

Een ingezeten van Ncd.-Indië, in een bondgenootschappelijk rijk vertoevende, moet als uitlandig in den zin van art. 32 Alg. Bep van Wetg. beschouwd worden.

Aldaar slavenhandel, in dat rijk toegelaten, uitoefenende kan hij noch volgens art. 3 ! vd. noch volgens art. 33 van genoemde bepalingen jet. Staatsblad 1884 no. 215 vervolgd worden . . 246

Art. 287 Strafw. voor Europeanen. —Lasterlijke aanklacht.

Tot het plegen van het misdrijf van lasterlijke aanklacht, art. 287 Strafw. voor Europeanen, wordt vereischt de te laste legging van feiten, die aan strafvervolging blootstellen, en voor zoover het is gericht tegen ambtenaren of beambten, van feiten, die schorsing in de uitoefening van hun ambt of hun ontslag

daaruit ten gevolge kunnen hebben 250

IIOOGER BEROER.

(Tweede Kamek).

Art. 193 jeto. 178, artt. 180 en 181 Reglt. Strafv. —