is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat vermits in dit geding slechts schadevergoeding wordt gevraagd nader op te maken bij staat het thans geen punt van onderzoek behoeft uit te maken, of aan de fabriek ook nog andere gebreken dan de zooeven bedoelde kleefden, zoodat het door appellant subsidiair gedaan aanbod tot het leveren van getuigenbewijs ter zake kan worden gepasseerd;

Gelet behalve op de aangehaalde wettelijke bepalingen, op artt. 58, 112 en 352 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende in hooger beroep:

Ontvangt het appel;

Vernietigt het vonnis door den raad van justitie te Soerabaja op den 6den Januari 1892 tusschen partijen gewezen, waarvan appel;

Verwerpt de door geintimeerden voorgestelde middelen van niet ontvankelijkheid der actie;

Passeert het door den appellant subsidiair aangeboden bewijs door getuigen;

Wijst hem zijnen eisch ten deele toe;

Veroordeelt geintimeerden om aan den appellant, ieder voor hun aandeel, lo. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van f 25,000 verschuldigd als huurpenningen over het jaar 1890 der suikerfabriek Ngoro met toebehooren, met de wettelijke renten daarvan van den dag der dagvaarding tot aan de volle voldoening, en 2o. te vergoeden de kosten, schaden en interessen, door appellant gehad en geleden en nog te hebben en te lijden tengevolge van het niet door geintimeerden in bruikbaren toestand opleveren aan appellant op ultimo Februari 1891 van voormelde suikerfabriek Ngoro en de daartoe behoorende gebouwen, waaronder ook het woonhuis en alle bij den aanvang der huur voorhanden en ter exploitatie dienende macliinerien, werktuigen en gereedschappen, alsmede het niet vergoeden van het verlorene, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Ontzegt aan appellant het anders of meerder gëeischte;

Veroordeelt geintimeerden in de kosten van het geding in beide instantiën gevallen.