is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreven bij den burgerlijken stand te Klalten, door hein zijn erkend, doch de ambtenaar van den burgerlijken stand aldaar verzuimd heeft in de drie daarvan opgemaakte acten de toestemming van de moeder dier kinderen (e vermelden, en daarbij verder, onder overlegging van een authentieke acte, waarbij de moeder dier kinderen hare toestemming tot hunne erkenning geeft, verzocht heeft, dat de raad ten deze redres bevelen en een beschikking zoude nemen, tengevolge waarvan die kinderen de rechten van wettig erkende kinderen zouden kunnen deelachtig worden ;

dat dit verzoek blijkbaar strekte om verbetering of aanvulling te verkrijgen van de bovenbedoelde acten van den burgerlijken stand, en hij dan ook in zijn bovenomschreven aan het HoogGerechtshof gericht rekest dit uitdrukkelijk te kennen geeft, terwijl hij daarbij nog tevens de wijze aangeeft, waarop hij wenscht, dat deze verbetering of aanvulling zal plaats hebben; O. daaromtrent:

dat bij art. 13 van het Burgeilijk Wetboek onder meer is bepaald, dat, wanneer in de in de registers van den burgerlijken stand ingeschreven acten dwalingen, uitlatingen of andere misslagen hebben plaats gehad, dit grond zal opleveren tot aanvulling of tot verbetering der registers;

dat hierbij voorzien wordt in het geval, dat de ambtenaar van den burgerlijken stand iets, wat door partijen overeenkomstig de wet verklaard wordt, of niet, öf onjuist, heeft geconstateerd ;

dat zich onderwerpelijk echter noch liet een noch het ander voordoet;

dat toch de rekestrant in zijn introductief rekest wel gesteld heeft, dat de ambtenaar van den burgerlijken sfand verzuimd had de toesti raming der moeder in de erkenning te vermelden, daarbij in het midden latende, of deze daarbij tegenwoordig is geweest, maar dat thans uit een aan hem afgenomen verhoor gebleken is, dat zulks niet het geval is geweest, zoodat er geen uitlating in de acte heeft plaats gehad, terwijl evenmin door hein beweerd wordt, dat die ambtenaar iets onjuist zoude hebben geocnstateerd ;