is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van derden getuige, door liein te zeggen, dat het request diende om te verzoeken, dat beklaagde tot lothai mocht worden benoemd ; van vierden en zesden getuige, door hun mede te deelen, dat het request diende oin te verzoeken, dat de nieuwe lothai niet te Telok Soewa zoude gevestigd zijn ; van vijfden getuige, door hem diets te maken, dat vele personen tegen Kok Kin Tats benoeming tot lothai bezwaren wenschten in te brengen; van zevenden getuige door hem in den waan te brengen, dat het request was eene inteekenlijst tot oprichting van een begrafenisfonds, maar dat alle deze getuigen eenstemmig zijn in hunne verklaringen, dat hun, bij het verzoek van beklaagde om een blijk van instemming, niets bekend was van den inhoud van het request, zooals dat ten processe aanwezig is;

O. dat beklaagde alzoo de handmerken verkregen heeft door verandering der bepalingen of bedingen, die het request moest inhouden of waarvan het moest doen blijken ;

O. dat het onderwerpelijke request is een onderhandsch geschrift, aangezien het opgemaakt is zonder tusschenkoinst van een openbaar ambtenaar;

O. dat beklaagde, inet het bewustzijn, dat eerste en tweede getuigen hunne handmerken als teeken van instemming niet hadden geplaatst en dat de overige getuigen ten eenenmale onbekend waren met den inhoud van het request, daarvan toch heeft gebruik gemaakt om het aan den Assistent-Resident en den Resident te Pontianak in te dienen ;

O. dat de aan beklaagde ten laste gelegde feiten wettig bewezen zijn en hij daaraan behoort te worden schuldig verklaard;

O. dat als verzachtende omstandigheden behooren in aanmerking genomen, dat zeer vermoedelijk beklaagde tot de hem ten laste gelegde feiten is overgegaan met de hoop zelf lothai van Dj in tang te worden, omdat hij reeds eenigen tijd de betrekking van kaptjong (hoofd staande onder het kamponghoofd) vervuld heeft;

dat de bisbilles, die in elke nienschelijke samenleving, naar 't schijnt, moeten bestaan, te Djintang zeer geprononceerd zijn wegens de twee verschillende Chitieesche stammen, die te Djin-