is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al is zulk een handelwijze zeer zeker niet goed te keuren, de wetgever kan daarin eene aanwijzing zien van de richting, die hij bij herziening der wetgeving op de boedelkamers behoort in te slaan, deze, dat zoo weinig mogelijk eenige voogdij of eenig beheer aan de boedelkamers worde opgedragen, doch deze slechts met het toezicht op voogdij en administratie blijve belast.

En dat eene nieuwe betere wettelijke regeling ook in dit opzicht noodig is, is m. i. duidelijk genoeg.

Eene wet die, al is het niet onmogelijk hare beteekenis na lange studie te ontdekken, toch in zoo duistere taal spreekt, dat de grootst mogelijke verwarring door haar wordt gesticht, mist haar doel en eischt dringend herziening.

Bovendien, in meer dan één opzicht is het thans behandelde artikel onvolledig en laat het telkens vragen rijzen, waarop het geen antwoord geeft.

Een nieuwe wet zal in dit alles kunnen voorzien.

Daar ik slechts het jus constitutum bespreken wilde, om daardoor de noodzakelijkheid van wetsverandering aan ie toonen en niet het jus constituendum, wat trouwens niet op mijn weg ligt, acht ik het doel, dat ik me voorstelde, hiermede bereikt.

Niet dat ook de jure constituto alles gezegd is, wat er te zeggen valt. Integendeel tal van kwestien zouden nog kunnen bespoken worden en zelfs dat ik over de behandelde vraagstukken alles gezegd heb, wat daarover te zeggen valt, zoude ik niet durven beweren, maar ik wenschte slechts de aandacht er op te vestigen, dat de tegenwoordige wetgeving op de boedelkamers ontzachlijk vele vragen heeft doen rijzen, vragen, waarop voor het tneerendeel door praktijk en jurisprudentie geen beslissend antwoord gegeven is, ten einde daardoor de stelling te verdedigen, die ik aan 't hoofd dezer uitsprak, dat wijziging en hervorming der wetgeving op de boedelkamers dringend noodig en wenschelijk is.

Verder mag ik thans niet gaan.

Een programma voor een nieuwe wet te ontwerpen ligt niet op mijn weg. Een meer bevoegde deed dit reeds.

Slechts dit eene nog.