is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaalde bij ten tweede lett. c van Staatsblad 1842—17 geintimeerde zelf het vereischte advies had behooren in te winnen, daar de wetgever blijkbaar uitgaat van de overweging, dat de Javaansche bevolking niet in staat is zelve het noodige te verrichten tot erlanging van het bewijs, benoodigd om tot de overschrijving van aan haar ab intestato opgekomen onroerende goederen te geraken en uit dien hoofde aan de eerste plaatselijke autoriteit heeft opgedragen om, na ingewonnen advies, dat bewijs vrij van zegel en kosteloos te verleenen ;

hebbende appellant op voormelde gronden geconcludeerd, dat het den Hove moge behagen te ontvangen het, appel, te vernietigen het vonnis waarvan appel voor zooverre daarvan is geappelleerd en, doende wal de eerste rechter had behooren te doen, alsnog aan eischer en appellant toe te wijzen zijnen in zijne opgemelde hoedanigheid in eersten aanleg gedane» eisch en genomen eonclusiën, met veroordeeling van den gedaagde en geintimeerde in de kosten der beide instantiën ;

O. dat geintimeerde bij conclusie van eisch in incidenteel appel en van antwoord in appel, heeft gesustineerd, dat de rechter a quo ten onrechte de vordering ontvankelijk heeft verklaard op grond :

lo. dat die vordering bij toewijzing voor executie niet vatbaar is, ingeval de geintimeerde weigerde aan hc t vonnis, hetwelk volgens hem s'echts eene sententia mere declaratoria bevat te

voldoen, daar er alsdan geen middel zou bestaan om hem daartoe te dwingen;

2o. dat bij die vordering gevraagd wordt veroordeeling tot uitreiking van het bij ten tweede litt. c van Staatsblad ls42— 17 bedoeld certificaat, zonder dat daarbij aangeboden worden de gegevens, welke voor de opmaking er van noodig zijn, noch de bewijzen, dat die gegevens juist zijn;

3o. dat, nadat die vordering was ingesteld, appellauts procureur en gemachtigde in eersten aanleg den geintimeerde ontslagen heeft van het uitreiken van het certificaat, althans moet geacht worden dat te hebben gedaan, vermits uit het door appellant de actis causae gemaakt proces-verbaal van verhoor op