is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ficaat) moet inhouden op hoedanige wijze volgens het Moharaedaansche versterfrecht de verdeeling en overgang moet plaats hebben, m. a. w. het bewijs, wie erfgenamen zijn en voor welke gedeelten ieder hunner in de nalatenschap des erflaters opvolgt en dat dit bewijs zal verleend worden, na vooraf te hebben ingewonnen het advies van de bevoegde Mohamedaansche hoofden of priesters;

dat dus geintimeerde volstaan kon met ter zake van den zoowel bij het concept-certificaat, als bij het rekest bedoelden overgang het advies van de bevoegde hoofden of priesters in te winnen, en geenszins gerechtigd was de afgifte van een certificaat te weigeren, noch op grond, dat volgens zijne meening de panghoeloeraad onbevoegd was, noch op grond van beweerd verschil tussehen het advies van dien raad en den inhoud van een priesterraadsvonnis dd. 22 Februari 1881;

dat geintimeerde nu wel van meening schijnt te zijn, dat hij krachtens bedoelde wetsbepaling bovendien verplicht was te certificeeren voor welke gedeelten het quaestieuse perceel ten name van ieder der erfgenamen moet worden overgeschreven en dat, om daaraan te kunnen voldoen de acte had behooren te zijn overgelegd waaruit bleek, dat wijlen de ei flater zelf geheel of ten deele eigenaar was van het quaestieuse perceel, doch dat die meening geen steun vindt in de wet, daar toch uit art. 15 van Staatsblad 1834 — 27, gelijk dat is aangevuld lij ten tweede lit.t. a van bet meer aangehaalde Staatsblad 1842—17, blijkt, dat de verplichting daartoe alleen rust op den landmeter, nadat deze het bewijs bedoeld bij litt. c ibidem zal hebben ontvangen;

O. eindelijk wat aangaat geintimeerdes beweren, als zoude hij na de afgifte van een certificaat van dezelfde strekking niet verplicht zijn om een tweede certificaat aftegeven, ook dat den geintimeerde niet kan baten, vermits het vroeger afgegevene, blijkens het aan den geintimeerde gericht rekest, foutief en derhalve onbruikbaar was;

O. dat geintimeerde nu wel beweert, dat de bewijslast hier. van op den appellant qq. rust, doch deze meening is erroneus,