is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het tweede middel als mede uitsluitend daartegen gericht geen onderzoek behoeft te worden ingesteld;

O. dat de daadzaken in het beklaagde vonnis vastslaan, en het Hof alzoo ten principale recht moet doen ;

O. dat uit het bovenstaande volgt, dat de beklaagde ter zake van den hem ten laste gelegden invoer van een morphine-praeparaat van alle rechtsvervolging behoort te worden ontslagen, aangezien dat feit noch misdrijf noch overtreding oplevert;

Gezien de aangehaalde artikelen, art. 173 R O. en de artt. 303 en volg., 526, 170 en 411 Sv.;

Rechtdoende:

Vernietigt het door den raad van justitie te Semarang (2de kamer) op den 24sten September 1892 in hooger beroep van een vonnis van den landraad te Semarang gewezen en op de lsten October 1892 uitgesproken vonnis in zake Lie An Sioe, waarvan cassatie, voorzoover deze daarbij is schuldig verklaard aan verboden invoer op Java van een morphine-praeparaat, tot welks bereiding noodig is geweest ruim 9Vs kilo, en alzoo meer dan 1 kati bereid opium en het vonnis van den eersten rechter daarbij overigens is bekrachtigd;

Vernietigt mede dat op den 24sten Maart 1892 door den landraad te Semarang gewezen vonnis;

En ten principale rechtdoende:

Verklaart dat het den beklaagde in de eerste plaats ten laste gelegde feit noch misdrijf noch overtreding oplevert;

Ontslaat hem te dier zake van alle rechtsvervolging;

Beveelt de teruggave aan hem van de ten behoeve van den lande verbeurd verklaarde morphine-praeparaten;

Veroordeelt het land in de kosten van het geding, in de drie instantien gevallen.

R E V I S I E.

HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-1NDIE, (Derde Kamer).

Voorzitter: Mr. A. Stibbe Lzn.

Raadsheeren : Mrs. G. van der Jagt en D. H. van Gelder,