is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 103 Strafw. voor Inl. — Verklaring van een

dessahoofd. V a LSCHHEID in onderhandsch

geschrift.

Een vet klaring van een dessahoofd, dat een in zijn dessa wonend persoon eigenaar is van een hisoverscheede en die aan een derde wenscht ie verkoopen is een „onderliandsch geschrift".

liet namaken van de handteekening van zoodanig hoofd onder dat geschrift levert mitsdien op het misdrijf van valschheid strafbaar gesteld hij art. 103 Strafw. voor Inlanders.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDE RLANDSCH-IND1E,

(Derde Kamer).

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Dipoleksono en het in die zaak op '29 November 1892 door <1 en landraad te Poerworedjo gewezen vonnis, waarbij is verklaard dat het den beklaagde sub 2 ten laste gelegde geen misdrijf of overtreding daarstelt en hij mitsdien te dier zake van alle rechtsvervolging is ontslagen, doch hij is schuldig verklaard aan het misdrijf van misbruik van vertrouwen, en deswege veroordeeld tot de straf van dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd van twee jaren met verdere veroordeeling van den beklaagde in de kosten van het rechtsgeding en met last dat de als stukken van overtuiging gediend hebbende voorwerpen, na verloop van acht dagen nadat het tegen den beklaagde gewezen vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, zullen worden teruggegeven, de overscheede aan de getuige Tan Wan en de kris aan den getuige Sotirto, terzij door den eigenaar of rechthebbende binnen hetzelfde tijdsverloop daarop onder den griffier beslag zij gelegd overeenkomstig de wet en het geschrift gemerkt litt. A aan de getuige Tan Wan;

Gezien de schriftelijke conclusie namens den Procureur-Generaal door den Advocaat-Generaal Mr. A. Dull genomen, en gedagteekend 19 Januari 1893 daartoe strekkende, dat het