is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SENTENTIE DEFINITIEF.

Zitting van 19 Januari 1893. Voorzitter: als voren.

Art. 88 Reg. Regl. en artt. 19 en 22 en vlgd. Rechtspi,.

Landmacht. — Onderzoek door officieren commissarissen. — Onwettigheid daarvan. — Nietigheid van 's Krijgsraads vonnis.

De kommandeerende offiicier van het garnizoen krachtens art. 19 Rechtspi. Landm., zich zeiven aanwijzende als commissaris tot het houden van informatiën handelt in strijd met de wel.

De door hem en zijn mede-commissaris gehouden informatiën zijn dientengevolge onwettig.

Ren op zoodanige infcrmatïèn gegronde vordering tol straf is niet ontvankelijk, en het op de resultaten daarvan door den krijgsraad gewezen vonnis nietig. ,

IiET HOOG-MIL1TAIR-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gezien het vonnis van eenen daartoe benoemden krijgsraad te Padang tegen den beklaagde gewezen en uitgesproken op den 16den November 1892, waarbij hij is schuldig verklaard aan insubordinatie door woorden en gebaren en deswege veroordeeld tot de straf van militaire detentie voor den tijd van vier maanden, zoomede in de kosten en misen der justitie, mitsgaders in die van den processe met bepaling dat hij na zijn ontslag uit de detentie zal worden geplaatst bij een strafdetachement voor den tijd van zes maanden ;

Gelezen enz.;

Nog gelezen enz.;

Gezien enz.;