is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voorts, met wijziging in zooverre van het vonnis a quo, te verwerpen de in prima door appellant voorheen eischer exceptioneel, opgeworpene exceptie van onbevoegdheid en verder den in prima door geintimeerde gedanen eisch en genomene conclusiën ten principale toe te wijzen, alles met veroordeeling van appellant in alle kosten der beide instantiën;

O. dat partijen daarna hebben afgezien van pleidooi, waarop de nederlegging der stukken ter tafel is gelast en de uitspraak bepaald op heden ;

Ten aanzien van het recht:

O. dat ter beslissing van het geschil, hetwelk partijen verdeeld houdt, in de eerste plaats de vraag moet beantwoord worden of, waar eene tweede grosse van eene acte van hypotheek voor den resident van Riouw ten behoeve en ten laste van aldaar woonachtige Chinezen, door een mede aldaar woonachtigen Chinees verlang wordt, het verzoek daartoe moet gedaan worden aan en het bevelschrift tot uitreiking van die grosse moet verleend worden door den landraad te Tandjong Pinang dan wel door den raad van justitie te Batavia;

O. dat bij art. 856 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering is voorgeschreven, dat de partij, welke zich eene tweede of verdere grosse van eenige acte, in de vorige artikelen bedoeld, wil doen afgeven, tot dat einde een verzoekschrift zal indienen bij den raad van justitie, binnen welks rechtsgebied de bewaarder zijne woonplaats heeft en deze rechtbank dus te dien aanzien, met uitsluiting van alle andere rechters, aan wie hij het Reglement op de Rechterlijke Organisatie rechtsmacht is toegekend en onafhankelijk van hunne competentie, de eenige bevoegde rechtbank is om in deze materie een bevelschrift te verleenen, ook aan en tegenover inlanders en met dezen gelijkgestelde!), ook al mogten deze uithoofde van hun landaard niet aan de rechtsmacht van een raad van] justitie onderworpen zijn:

O. dat het toch hier niet de vraag is, wie in het algemeen de bevoegde rechter is over inlanders en daarmede gelijkgestelden, maar welke bevoegdheid aan den raad van justitie is toegekend