is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HOOGGERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het in liooger beroep van een vonnis van den landraad te Pontianak dd. 21 Februari 1891, op den 21sten Mei 1892 door den raad van justitie te Batavia (2de kamer) tusschen de requiranteu van cassatie, oorspronkelijk eischers, als geintimeerden, en den gerequireerde, oorspronkelijk gedaagde, als appellant gewezen vonnis, waarbij met vernietiging van het vonnis waarvan appel, voorzoover het tusschen partijen is gewezen, den eischers hunne in eersten aanleg gedane vordering is ontzegd, de opheffing van liet ten verzoeke van eischers op de twee tuinen in geschil op den 29sten Januari 1891 gelegd conservatoir beslag is gelast en de geïntimeerden veroordeeld zijn in de kosten van het geding in beide instantiën;

Gezien de acte, waaruit blijkt dat de advocaat en procureur bij het Hoog-Gerechtshof van Nederlandsch-Tndië Mr. Th. A. Ruijs op den lOden September 1892 namens de requiranteu ter grilfie van dit Hof van voormeld vonnnis van den raad van justitie te Batavia (2de karuerj cassatie aangeteekend heeft;

Gelet op de door dien praktizijn gediende en aan de wederpartij beteekende memorie van eisch in cassatie, zijnde door deze laatste geen contra-memorie ingediend ;

Gehoord den Advocaat Generaal Mr. Ch. H. Nieuwenhuijs, in zijne namens den Procureur-Generaal ter openbare terechtzitting van den 9den Februari 1893 genomen en daarna schriftelijk overgelegde conclusie, daartoe strekkende dat het Hof het beroep in cassatie zal verwerpen en de requiranteu zal veröordeelen in de kosten in cassatie gevallen ;

Gezien de stukken;

O. dat namens de requiranteu als middelen van cassatie zijn aangevoerd:

lo. Schending en verkeerde toepassing van art. 1 van Staatsblad 1875 no. 199a in verband met art. 1 van Staatsblad 1870 no. 188, alsmede schending van art. 27 tweede lid van het reglement op het beleid der regeering van Ned.-Indië, omdat bij het bestreden vonnis is aangenomen, dat de klappertuinen in geschil domein zijn van den staat;