is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RAAD VAN JUSTITIE TE MAKASSER, Rechtdoende :

Op het requisitoir van den officier van justitie bij dien Raad dd. 18 Juli 1888 daartoe strekkende, dat de raad van justitie te Makasser, ter zake in het requisitoir omschreven, zal verleenen rechtsingang met bevel van gevangenneming tegen den verdachte lladjie Betawie, oud ongeveer 40 jaar, geboorteplaats onbekend, van beroep handelaar, wonende te Makasser, thans tijdelijk verblijf houdende te Oedjoeng (Mandharsche-staten) en met last op den rechter-commissaris, belast met de instructie van strafzaken, om ter zake te instrueeren als zal blijken te behooren en met bevel dat de verdachte in 's Lands Civiele gevangenis te Ma. kasser in verzekerde bewaring zal worden gesteld ;

Gezien de stukken;

O. dat uit de overgelegde stukken blijkt:

A dat de verdachte in de laatste helft van liet jaar 1887, terwijl hij zich in de kampong Oedjoeng gelegen in de Mandharsche stalen (eiland Celebes) bevond, de vrouwen Kaindo, Gima en Saida, afkomstig uit de Toradja's gekocht en ze aan een Makassaarschen handelaar en prauwenvoerder uit Galesong heeft verkocht; en

B. dat hij enz.;

Ad A. O. dat de verdachte, die een Nederlandsch lndisch ingezetene is, de boven sub A. omschreven handeling heeft gepleegd buiten het eigenlijke grondgebied van NederlandschIndië, immers in het bondgenootschappelijke rijk Binoemang, één der zeven Mandharstafen op het eiland Celebes, alwaar de slavernij beerscht en de slavenhandel is toegelaten;

O. dat blijkens art. 32 der algemeene bepalingen van wetgeving in Nederlandsch-Indië, een ingezetene van NederlandschIndië, terwijl hij uitlandig is, alleen dan vervolgd en gestraft kan worden, wanneer hij zich schuldig of medeplichtig gemaakt heeft aan een der daarbij vermelde misdrijven, en zulks zonder onderscheid of de wetten van het land, alwaar zoodanig misdrijf is gepleegd, eene zwaardere of lichtere straf of wel in het geheel geene straf op hetzelfde misdrijf stellen mochten;