is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgestelde exceptie te verklaren niet ontvankelijk, en haar te veroordeelen in de kosten der appellatoire instantiën ;

O. dat de oorspronkelijk 2de eisclieres en de overige gedaagden, de thans overige geintiraeerden, bij conclusiën van antwoord in appel zich hebben gerefereerd aan 's Hofs oordeel onder protest van kosten ;

O. dat ten dienende dage partijen hare sustenuen bij pleidooi nader hebben toegelicht, waarna de uitspraak is bepaald op heden;

Ten aanzien van het recht:

O. dat appellante in eersten aanleg de exceptie van nonqualificatie heeft voorgesteld en daarbij in appel, nadat zij door den eersten rechter verworpen was, heeft gepersisteerd en zulks op grond dat 1ste geintiraeerde de door hem beweerde hoedanigheid van voogd over hare minderjarige kinderen zou missen ;

O. dat die geintiineerde, doch alleen voor het geval dat de rechter in hooger beroep het vonnis a quo, voor zooveel daarvan is geappelleerd mocht vernietigen, de ontvankelijkheid der exceptie heeft bestreden en dienovereenkomstig in incidenteel appel tot hare niet ontvankelijkheid heeft geconcludeerd;

O. echter, dat de vraag of eene exceptie al dan niet ontvankelijk is, in ieder geval behoort vooraf te gaan aan het onderzoek omtrent hare gegrondheid, weshalve, nu 1ste geïntimeerde zich met 's Raads vonnis in zoover niet vereenigenae, zij het dan ook voorwaardelijk tot de vernietiging daarvan heeft geconcludeerd, omtrent de ontvankelijkheid der exceptie eerst en vooraf eene beslissing behoort te worden genomen;

O. dienaangaande, dat het Hof met den rechter a quo op de door hem in zijn vonnis aangevoerde gronden de exceptie ontvankelijk acht;

O. alsnu met betrekking tot de vraag of de exceptie is gegrond :

dat de eerste rechter haar heeft verworpen, op grond dat het middel den feitelijken grondslag zou missen, daar uit de resolutiën der Weeskamer van 18 Juni 1891 en 4 Mei 1892 volgt, dat de 1ste geintiraeerde tot den aanvang van het onder-