is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hel geschil gesaisisseerd, onafhankelijk van de vraag of de llechter-Commissaris ten bepaalden dage al- of niet ter zake rapport heeft uitgebracht.

Be Weeskamer bedoelde rektning en verantwoording doende treedt daarbij op als rekenplichtige over het door haar als curatrice gevoerd beheer, derhalve in privé.

Voor verzuimen door haar of hare agenten, als hare wettige vertegenwoordigers begaan is de Weeskamer qua lalis tegenover den failliet aansprakelijk.

Als curatrice aan een derde last gevende tot het invorderen van ten behoeve van den failliet uitstaande pretentiën is zij dit ook voor verzuimen van dien derde, als haren■ lasthebber.

Waar de gefailleerde een aannemingscontract had met den slaat en dit ten deele aan een derde had overgedragen, blijft hij wanneer de slaat niet lol die overdracht is toegetreden, tegenover dezen aannemer en is de Weeskamer als curatrice verplicht voor de invordering der uit het contract ten behoeve van den failliet voortvloeiende vorderingen te waken, ook waar zij betreffen dat gedeelte van de aanneming, dat is overgedragen. Zoo ten gevolge van haar niet tijdig optreden dergelijke vorderingen zijn verjaard, is de daardoor voor den boedel ontstane schade voor hare rekening.

Bit is evenzeer het geval, al heeft de derde, aan trien bedoelde overdracht heeft plaats gehad, die vorderingen, tot het innen waarvan hij bij de acte van overdracht was gemachtigd, kunnen innen, doch niet geind.

Pe Weeskamer te Batavia, appellante, comp. bij den adv. en proc. Mr. A. H- du Moseb, contra

A. lo. Johann Caspar Biegler, vroeger wonende te Medan, thans te Friedrichsfeld, Groothertogdom Baden, in het Puitsche Kijk, geintimeerde,

2o. Hendrik Arnoldus Matthes, Hoofdadministrateur der vennootschap Oscar Eekel & Co. wonende op de tabaksonderneming Mabar in bet landschap Deli, residentie Oostkust van Sumatra, onderafdeeling Laboean Deli, in zijne hoedanigheid als bij het bij vonnis van den raad van justitie te Batavia ddo. 6