is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Baaijzeer, een erf bebouwd met een steenen huis en bijgebouwen, alles met pannen gedekt, gelegen bewesten en buiten de stad Semarang aan de Oostzijde van de Maleisclie kamp. letter Q perceel nummer 54 bij de verponding geregistreerd onder no. 2182, lielwelk deel uitmaakte van de nalatenschap van wijlen Sech Oemar biti Abdullah Baaijzeer voornoemd en ten zijnen name stond blijkens acte van transport ddo. 2 Mei 1882 sub no. 226 voor eenen Rechter-Coininissaris uit den raad van justitie te Semarang verleden ;

dat de Sech Oemar stichting strekkende tot godsdienstige doeleinden „sedekah" ten behoeve van voornoemden Arabier Sech Oemar bin Abdullah Baaijzeer slechts een gewrocht van gedaagdes verbeelding en geene bestaanbare erkende stichting met eigen rechtspersoonlijkheid is en dus niet eigenaar kan zijn;

dat uit de acte van transport niet blijkt op grond waarvan de eigendom van het bedoelde perceel op de zoogenaamde Sech Oemar stichting moest overgaan ;

dat uit de acte ook niet blijkt, dat de overdracht namens die stichting is aangenomen ;

dat de overdracht dus geschied is door eenen executeurtestamentair, die als zoodanig onbevoegd is onroerende goederen ^ te vervreemden eu heeft plaats gehad ten name van eene gefingeerde stichting zonder oorzaak of titel, terwijl zij niet door den verkrijger is aangenomen en bij gevolg nietig is;

dat in het aangehaald testament van wijlen Sech Oemar bin Abdullah Baaijzeer voormeld is bepaald, dat een derde gedeelte der nalatenschap na aftrek van eenige legaten zal gebezigd worden tot des erflaters uitvaart en tot godsdienstige doeleinden „sedekah" en dat hieronder uitdrukkelijk begrepen is het bovenbedoelde perceel, met bepaling dat dit perceel nimmer om welke reden ook mag worden verkocht, verh ypothekeerd of op andere wijze overgedragen of bezwaard, maar de daarvan komende revenuen, nadat daaruit de noodige reparatien aan het perceel zijn gedaan en Seclia Aminah het haar gemaakte legaat van f 800 zal hebben ontvangen, eenig en uitsluitend zullen worden aangewend tot het doen van godsdienstige doeleinden;