is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaande, en aldaar evenmin met de volksinstellingen overeenstemmende. Wat de Noorderdistricten betreft, zagen wij reeds, hoe te Maroesoe door liet Engelsch bestuur al in 1814 mede een hoofdpriester werd aangesteld. Mr. N. geeft ons uitvoerige mededeelingen over de wijze waarop ook deze voortdurend getracht heeft zijn gezag daar uit te breiden en hoe de plaatselijke Imarn's steeds getracht hebben hunne zelfstandigheid daartegen te handhaven.

Hij verzuimt ook niet daarbij uitdrukkelijk te laten uitkomen, dat dit streven van den kali aldaar steeds geheel gegrond was op den steun van den assistent-resident dier afdeeling te Maroesoe gevestigd.

De plaatselijke Imam's stonden nu zeker veel meer onder den invloed der regenten, welke de nationale begrippen en het gewoonterecht vertegenwoordigen; in waarheid had men dus hier ook wel een strijd tusschen het Mohammedaansch en het nationaal recht, waarin het eerste tegen den wil der bevolking in door het Europeesch bestuur werd gesteund.

Van de Züiderdist rieten hebben wij geene berichten. Maar die over de Oosterdistricten en het eiland Salaiara zijn daartegen zeer uitvoerig en toonen duidelijk aan, dat die op zich zelve staande priesterrechtspraak, zonder toezicht of hooger beroep, aldaar ook pas sedert een 30 jaren is ontstaan en wel in strijd met de nationale instellingen, geheel onder den invloed, men mag wel zeggen, krachtens het gezag der besturende ambtenaren.

Welke was nu de reden van dit streven van het bestuur, een streven waardoor alzoo de Mohammedaansche invloed in die streken sterk is bevorderd, hetwelk mitsdien lijnrecht in strijd moet worden geacht met de eischen eener gezonde Ned. Indische politiek ? Het antwoord op deze vraag rneenen wij wel te kunnen geven. Op vele andere plaatsen in de zoogenaamde Buitenbezittingen valt, zooals wij nader zullen zien, hetzelfde waar te nemen. De oorzaak er van moet dus ook wel van vrij algemeenen aard zijn. En dit is ook inderdaad het geval; doch nergens laat die zich, tot nog toe ten minste, zoo goed nasporen als in Z. W. Celebes, waar zij om de volkseigenaar-