is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de nieuwe wetgeving omtrent deze laatsten gemaakte bepalingen ook op hen zouden toepasselijk zijn.

Hij stelde derhalve de inlandsche christenen weder met de inlanders, niet-christenen, gelijk, niet alleen ten opzichte van het burgerlijk en handelsrecht, maar ook ten aanzien van de strafwetgeving en de rechtsbedeeling in het algemeen, en dat wel „met „dien gevolge, dat alle de in de nieuwe wetgeving omtrent de „inlanders, niet christenen, gemaakte bepalingen ook op hen zullen „toepasselijk zijn."

Art. 7 R. O. nu behoorde tot de bepalingen toepasselijk op de inlanders, niet-christenen, en werd dus ook toepasselijk op inlanders christenen.

En dit kon ook niet anders.

Ook in verband tot het motief, dat de wetgever had de tegenwoordigheid van een adviseur te eischen.

Bij art. 9 v. d. werd gedecreteerd de gelijkstelling der inlandsche christenen met Europeanen. Voor dezen was het recht gecodificeerd, van de tegenwoordigheid van een adviseur in rechtszaken was voor hen geen sprake, dus ook niet voor de met hen gelijk staande christen-inlanders.

Art. 7 R. O. moest, als behoorende tot de nieuwe wetgeving, daarmede in overeenstemming zijn. Deze Oosterlingen-christenen alsmede Chineezen-christenen assimileerende aan Europeanen, kon art. 7 de tegenwoordigheid van een adviseur ter terechtzitting alleen als eisch stellen ten aanzien van Oosterlingen, Mohainedanen, en Chineezen, niet-christenen. Van daar ook dat wij boven aanvoerden, dat wel de bewoordingen van dit artikel ook op Chineezen, christenen, wezen, doch dat dit niet de bedoeling kan zijn geweest. De gelijkstelling werd echter weder te niet gedaan, en als noodzakelijk gevolg daarvan kreeg men den te voren bestaan hebbenden toestand, christen-inlanders gelijk aan niet christen-inlanders, terug, en dientengevolge voor beide categorien gelijkheid van recht, zoowel ten aanzien van burgerlijk- en handelsrecht als van het strafrecht en de rechtsbedoeling in het algemeen. In rechtszaken voor den niet-christen inlander, beklaagde of verweerder, dus, zoowel als voor den christen-inlander, een adviseur.