is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat liet den raad van justitie te Makassar moge behagen den eischer met zijne tegen de gedaagde ingestelde vordering tot liet doen van rekening en verantwoording niet ontvankelijk te verklaren, cuin expensis;

O. dat vervolgens door den procureur des eischers pleidooi is gevoerd, waarbij hij heeft gevraagd acte, dat hij de vraag hoeveel liet aandeel van zijn pupil bedraagt als legitieme portie reserveert tot de rekening procedure;

O. dat de procureur der gedaagde geen pleidooi heeft gevoerd, partijen vervolgens recht hebben gevraagd op de stukken en de Raad de zaak heeft genomen in advies;

Ten aanzien van het recht:

O. dat gedaagde bij haar verzoek om prodeo-admissie als grond harer verdediging tegen eischers vordering heeft opgegeven, dat deze heeft gesteld, dat de nalatenschap van wijlen A. L. Harmsen geschat kan worden op f 20.000, echter volgens gedaagde ten onrechte, daar bedoelde nalatenschap een nadeelig saldo oplevert ad ƒ 14637-52 5 ;

O. dut met afwijking van dien grond harer verdediging, gedaagde bij hare conclusie van antwoord als eenig middel tegen eischers vordering heeft aangevoerd, dat eischer niet rauwelijks van haar rekening en verantwoording had mogen vorderen van haar gevoerd beheer over de nalatenschap van bedoelden Harmsen, maar de actie tot boedelscheiding had moeten instellen, omdat de wet aan erfgenamen, die tot verdeeling der nalatenschap willen overgaan, alleen de actie tot boedelscheiding toekent, en op dien grond heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijk-verklaring van eischer met zijne vordering cuin expensis;

O. dat bij het bestaan van eene zoodanige afwijking in de gronden der verdediging in het rekest om prodeo-admissie en in de conclusie van antwoord, de rechter, ook al had de procureur des eischers niet bij pleidooi de vraag omtrent de al of niet toelaatbaarheid van zoodanige verdediging ter sprake gebracht, toch ambtshalve als rakende de procesorde, moet nagaan of de door gedaagde gevoerde verdediging wel kan worden gezegd te zijn in overeenstemming met de wet;