is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Commissaris van strafzaken aan den gedelegeerden RechterCommissaris, het gehouden onderzoek niet zoodanig zou kunnen worden aangevuld en volledig gemaakt, dat daarop rechtsingang kan worden gerequireerd en verkregen;

O. dat mitsdien 's raads vonnis bekrachtigd moet worden;

Gelet op artt. 72 en 96 van het Reglement op de Strafvordering voor de raden van justitie op Java enz.;

Rechtdoende op het aangeteekend verzet:

Doet te niet het verzet;

Bekrachtigt het vonnis van den raad van justitie te Semarang ddo. 28 Maart 1898 waartegen verzet.

REVISIE.

(Derde Kamer).

Raadkamer van 17 Februari 1893.

Voorzitter: Mr. A. Stibbe Lzn.

Raadsheeren: Mrs. G. van der Jagt en D. H. van Gelder.

Art. 805 sub lo. Inl. Strafw. — Diefstal. — Openbare weg.

Een door een dessa loopende weg is niet een openbare in den zin van art. 805 Inl. Strafwetboek.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van de beklaagde Wadjem en het in die zaak op 5 Januari 1893 door den landraad te Brebes gewezen vonnis, waarbij de beklaagde is schuldig verklaard aan: „Diefstal op den openbaren weg," en deswege veroordeeld tot de straf van dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd van dertien maanden en in de kosten van