is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is schuldig verklaard aan „feitelijke insubordinatie onder verzachtende omstandigheden", en deswege veroordeeld tot de straf van militaire gevangenis voor den tijd van twaalf jaren en vervallen verklaring van den militairen stand en met verwijzing van hem verder in de kosten en misen der justitie en in die van den processe;

Gelezen den namens den appellant R. O. op den 7den November 1892 gedienden eisch in appèl, waarbij wordt geconcludeerd dat het Hof met verbetering van 's krijgsraads vonnis den beklaagde wegens het daarin omschreven misdrijf zal veroordeelen tot militaire gevangenisstraf voor den tijd van acht achtereenvolgende jaren (zonder vervallen verklaring van den militairen stand), doch overigens dat vonnis zal bekrachtigen, met bepaling dat de kosten van het hooger beroep zullen komen ten laste van den lande;

Nog gelezen de namens den geappelleerde op den 19 November 1892 gediende schriftuur van antwoord in appèl, waarbij wordt gerefereerd aan 's Ilofs oordeel ;

Gezien de verdere stukken van den processe, zoo ter eerste instantie, als in appèl gediend;

O. dat de appellant R. O. naar aanleiding van 'sllrfs resolutie van 14? October 1892 waarbij de Advokaat-Fiskaal voor de Land- en Zeemacht in Nederlandsch Indië gemachtigd werd van het tegen den beklaagde gewezen vonnis in het belang van de Hooge Overheid te provoceeren aan den Move, te bekwamer tijd heeft gediend van eisch in appel;

O. dat de krijgsraad terecht op de gronden en bewijsmidde'en in het vonnis vermeld als wettig bewezen heeft aangenomen :

dat de beklaagde, thans geappelleerde, in den morgen van 11 September 1892 omstreeks 11 ure den sergeant van Nouhuijs zijnen meerdere in rang, bij liet houden van de inspectie moedwillig eenen slag op de rechterwang heeft toegebracht;

O. dat ook de krijgsraad het hierdoor misdrevene naar behooren heeft omschreven, doch den beklaagde, thans geappelleerde, te dier zake eene straf heeft opgelegd, welke niet in eene juiste verhouding staat tot de zwaarte van het gepleegde misdrijj;