is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Mocht de ambt. v/d b. s. deze acte van toestemming in het register der geboorten inschrijven ?

b. Mocht hij van deze toestemming melding maken aan den kant der geboorteacte ?

c. Zoo niet, beging hij dan door a en b toch te doen eene overtreding van het Reglement van den Burgerlijken stand ?

We behandelen dus hier slechts de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van den ambt. v'd b. s. ten aanzien dier inschrijving en kantteekening in het geboorteregister, waarmede niets te maken heeft de civielrechtelijke aansprakelijkheid van dien ambtenaar noch ook de innerlijke waarde of rechtskracht van de ingeschreven acte en kantteekening zelve.

Voorop dient dan te worden gesteld, dat de invoering van de registers van den burgerlijken stand ten doel had, een einde te maken aan de onzekerheid, waarin men nog tot aan de fransche revolutie van 1789 verkeerde omtrent den burgerlijken staat der individuen, bij gemis van openbare akten waaruit eenig licht aangaande dien staat kon worden verkregen. Wil men nu, dat de registers van den b. s. aan het doel hunner invoering zullen beantwoorden, dan is het duidelijk, dat zij zoo nauwkeurig en regelmatig mogelijk moeten worden gehouden; dat daarin niets worde geschreven dan waartoe de wet ze bestemde n. 1. tot inschrijving van die feiten, die op den burgerlijken staat van het individu een gewichtigen invloed uitoefenen, als geboorte, erkenning, huwelijk, echtscheiding en overlijden.

In overeenstemming met het hier vooropgestelde heeft de wetgever dan ook in art. 6 § 1 van het Reglement op het houden der registers van den Burgerlijken Stand (Staatsblad 1849 no. 25) lepaald, dat er zullen worden gehouden vijf afzonderlijke registers van den b. s., bestemd tot inschrijving van acten van geboorte, huwelijks aangifte, huwelijks afkondiging, hu. welijk en echtscheiding, en overlijden.

Waarvoor de registers van den b. s. dus bestemd zijn kan niet duidelijker worden uitgedrukt. Het springt in 't oog dat deze bepaling, gelijk talrijke andere in hetzelfde reglement 1), er op

]) o. a. artt. 1, 2, 4, 8, 9, 10, 11 e. a. B, S.