is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar de gehuivde vrouw haren praktizjn machtigt om voor haar in rechten betaling te verkrijgen van een aan haar als moeder overeenkomstig art. 318 B. W. toegekende uitkeering en de man haar lij die handeling heeft bijgestaan, moet zij beschouwd worden door hem ook tot de ontvangst van die uitkeering te zijn gemachtigd.

Be rechter aan de, het vruchtgenot verloren hebbende, moeder als uitkeering uit het vermogen van haar minderjarig kind toegekend hebbende „de jaarlijksche inkomsten aan hare dochter toekomende", mag uit deze algemeene uitdrukking niet worden afgeleid, dat de moeder ook aansnraak kan maken op later, na 's rechters beschikking, aan haar kind aangekomen inkomsten.

Be vordering van de moeder tot betaling van zoodanige uitkeering is eene persoonlijke tegen haar kind. Bil, van zijn kant ten vordering tegen zijn moeder hebbende, kan mitsdien compensatie plaats vinden.

Het belang bij het appel van een provisioneele vordering bestaat minstens in een mogelijke ontheffing van de uitgesproken veroordeeling in de kosten op de provisie.

De Weeskamer te Batavia, ten deze procedeerendc voor zich in privé en in hare hoedanigheid van toeziende voogdesse over de minderjarige Catharina Petronella Dina Cornelia Kijdsmeir en belast met het beheer van het vermogen dier minderjarige, ten deze tot procedeeren gemachtigd door den Gouvernenr-Generaal van Nederlandsch-Indië, appellante, comp. bij den adv. en proc. Mr. A. H. dn Mosch,

contra

lo. vrouwe Elisabeth Jacoba Cornelia Maria van den Bos, zonder beroep, echtgenoote van na te melden tweeden geintimcerde, wonende te Macassar;

2o. Albert Fran^ois Barthelemij, lid van de Weeskamer te Macassar, wonende aldaar, doch alleen tot bijstand en machtiging zijner voormelde echtgenoote, de geintimeerde sub lo., geintimeerden, comp. eerst bij den adv. en proc. Mr. D. Fock en daarna bij den adv. en proc. Mr. A. Maclaine Pont.