is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11ET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gehoord partijen ;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der daadzaken :

Overnemende het exposé daarvan, vervat in het door den raad van justitie te Batavia (Eerste Kamer) op 30 September 1892 tusschen de eerste geïntimeerde, als eischeres, en appellante qq., als gedaagde, gewezen vonnis, waarbij ten principale: eischeres met hare tegen de gedaagde ingestelde vordering ontvankelijk is verklaard, die vordering is toegewezen, mitsdien de gedaagde als belast met het beheer van het vermogen van eischeres' minderjarige dochter is veroordeeld om aan eischeres ter zake in het vonnis omschreven tegen kwijting te betalen eene som van f 1250 met de wettelijke renten daarvan van af den dag der dagvaarding, met uitvoerbaarverklaring van het vonnis bij voorraad zonder borgtocht en veroordeeling van de gedaagde Weeskamer in privé in de kosten;

op de provisie: eischeresse met haren provisioneelen eiscli ontvankelijk is verklaard, die eisch is toegewezen en de gedaagde als belast met gemeld beheer mitsdien is veroordeeld om aan eischeres, om te dienen ter bevordering van de opvoeding van hare dochter, tegen kwijting te betalen de som van ƒ 125 's maands, ingaande met 1 Juni 1892 en zulks gedurende het rechtsgeding en totdat het op de hoofdzaak gewezen vonnis kracht van gewijsde zal hebben bekomen, onder bepaling dat die gelden om geenerlei reden door de gedaagde zullen mogen worden aangehouden en dat die betalingen door gedaagde zullen geschieden, zonder ecnig praejudice op de hoofdzaak, zijnde verder het vonnis uitvoerbaar verklaard bij voorraad zonder borgtocht en de gedaagde Weeskamer in privé veroordeeld in de kosten;

En wijders:

O. dat de Weeskamer te Batavia, zoowel in privé als in kwaliteit van toeziende voogdes over bovenbedoelde minderjarige met name Catharina Petronella Bina Comelia Kijdsmeir en