is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twintigste gedeelten en van den eiseher in drie vijf en twintigste gedeelten van de op ƒ 75,50 begroote kosten van het geding en met ontzegging van het anders of meerder geeischte, mits de eiseher op een nader te bepalen Vrijdag, 's voormiddags ten 9 .ure in het openbaar in tegenwoordigheid zijner Wederpartij of dtze althans daartoe behoorlijk opgeroepen zijnde, op de wijze zijner godsdienstige gtzindheid voor de misdjid te Loeboe Sikarah (Solok) ten overstaan van eene nader te benoemen commissie uit de Rapat uitzwere den suppletoiren eed: „dat het „waar is, dat zijne moeder en de moeder van wijlen Si Nainbi „beiden de kinderen zijn van de vrouw Si Balango en hij „mitsdien de erfgenaam van Si Nambi is en dat liet waar is, „dat de door hem gëeischte sawahs en stier, met uitzondering „van de drie meesf westelijk gelegen pirings van de vier pirings „sawah te Djamboe sub Zo. in het proces-verbaal der commissie „uit deze Rapat ddo 30 April 1893 beschreven, tot de naln„tenschap van genoemden Si Nambi behooren en thans in het „bezit zijn van de gedaagden", en bij onwil of nalatigheid van den eiseher om dien eed af te leggen de eisch is ontzegd, met veroordeeling van den eiseher in de kosten van het geding;

Gelet op het extract uit het daartoe bestemde register, aangehouden ter griffie van de Rapat voornoemd, waaruit blijkt, dat de gedaagden op den 8sten Mei l,"s93 verklaard hebben van voorschreven vonnis in cassatie te willen komen, zijnde hiervan blijkens de aan den voet van dat extract gestelde aanteekening aan den gerequireerde op den I4den Mei daaraanvolgende kennis gegeven;

Gezien de schriftelijke conclusie namens den Procureur-Generaal op den 22sten Juni 1893 door den Advocaat Generaal Mr. Ch. A. Nieuwenhuijs genomen en strekkende tot verwerping van het beroep in cassatie en veroordeeling van de requiranten in de kosten daarop gevallen ;

Gezien de stukken;

O. dat onderwerpelijk binnen den daarvoor bij de wet gestelden termijn cassatie is aangeteekend en daarbij overigens de in acht te nemen formaliteiten behoorlijk zijn geobserveerd;

LXI. 6