is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0. dat door de requiranten als middelen van cassatie zijn voorgesteld :

1. Schending en verkeerde toepassing van de artt. 191 tot en met 223 van het Reglement tot regeling Van het rechtswezen in het Gouvernement van Sumatra's Westkust door eischers beweringen betreffende zijne verwantschap met Si Nambi als, zij het ook niet volledig, bewezen aan te nemen, terwijl die beweringen van eischer niet alleen door de ter zake gehoorde getuigen niet bevestigd, maar zelfs tegengesproken zijn;

II. Schending en verkeerde toepassing van de artt. 215 en 217 van voormeld Reglement door, zij het dan niet als volledig, dan toch als gedeeltelijk, bewezen aan te nemen, dat de sawah sub b vermeld aan wijlen Si Nambi en niet aan Si Alih verpand is, terwijl slechts één getuige met redenen van wetenschap eischers bewering heeft bevestigd en de pandgever zelf dat feit heeft ontkend;

III. Schending en verkeerde toepassing van de artt. 191 tot en met 223 voormeld door als gedeeltelijk bewezen aan te nemen, dat gedaagden houders zijn van de sawah boven sub b vermeld, terwijl dit feit niet slechts door geen enkel bewijsmiddel is bevestigd maar door sommige getuigen, zoowel van eischer als van gedaagden, is tegengesproken;

IV. Schending en verkeerde toepassing van de artt. 191 tot en met 228 voormeld, door als gedeeltelijk bewezen aan te nemen, dat gedaagden houders zijn van den bovenbedoelden stier, terwijl dit feit door geen enkel bewijsmiddel is bevestigd;

V. Schending en verkeerde toepassing van art. 192 van voormeld Reglement door een schriftuur als bewijsmiddel aan te nemen, d^t niet, door partijen maar door een lid van de Rapat is overgelegd;

VI. Schending en verkeerde toepassing van art. 195 van voormeld Reglement door een niet onderteekend geschrift als bewijsstuk aan te nemen;

en Vil. Schending en verkeerde toepassing der artt. 1, 12 en 23 van de zegelordonnantie (Staatsblad lSft5 no. 131) door een ongezegeld geschrift als bewijsstuk aan te nemen;