is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat appellant zich voor zijne handelwijze in deze beroept op de zijns iuziens absurde consequenties van een streng hechten aan de letter der wet, maar daarbij minder juist beweert, dat geintimeerde door de beteekening van het vonnis, de richtige tenuitvoerlegging daarvan op zich genomen zoude hebben, en desnoods zich zelve had behooren op te roepen om de eedsaflegging bij te wonen;

dat toch aan geintimeerde bij liet interlocutoir geen enkele verplichting was opgelegd, en zij bij het zweren van hem, appellant, geen belang had, integendeel moest wenschen, dat hij den eed niet zoude afleggen;

dat geintimeerde dan ook als meest gereede partij niets anders gedaan heeft, dan appellant te sommeeren zijnerzijds aan het vonnis gevolg te geven;

dat aan appellant daarentegen bij het vonnis was gelast, nut alléén den hem opgedragen eed uit te zweren, maar eveneens om, alvorens dat te doen, de geintimeerde op te roepen daarbij tegenwoordig te zijn;

dat hij zich door de sommatie van dit laatste niet ontslagen kon rekenen, omdat zich aan die sommatie van geintimeerde uit den aard der zaak de hoop moest paren, dat appellant nog voor den eed zoude terugdeinzen, het afleggen van den eed tegen haar belang was, en zij het alzoo volstrekt niet als iets noodeloos en overbodigs behoefde te beschouwen, dat appellant alsnog aan de hem uitdrukkelijk gestelde verplichting voldeed, en haar opriep en in de gelegenheid stelde bij het uitzweren van den eed tegenwoordig te zijn;

dat appellant dus, zulks nagelaten hebbende, het wegblijven van geintimeerde niet als een wettig beletsel te zijnen voordeele kan aanvoeren, en geacht moet worden suo periculo in deze te zijn uitgegaan van de veronderstelling dat geintimeerde, ofschoon onverplicht, wel uit zich zelve de eedsaflegging zoude bijwonen;

O. dat derhalve appellants bezwartn ook legen dat gedeelte van 's raads vonnis, waarbij aan geintimeerde de bij introductieve dagvaarding sub II gedane vordering is toegewezen, hem niet kunnen volgen;