is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RAAD VAN JUSTITIE TE PADANG.

Zitting van 20 Juli 1893.

Voorzitter: Mr. P. Dijckmeestek.

Leden: Mrs. A. F. van Blommestein en II. L. E. de Waal,

Artt . 800 en vlgd. B. Rv. — Eigendomsuitwijzing. — Verzet. — Belanghebbenden.

Als „belanghebbenden" in den zin van art. 802 al. 2 cn art. 808 B. Rv., in cas van verzet tegen eigendomsuilwijzing, hunnen alleen beschouwd worden zij, die tegenover dengene, die eigendomsuilwijzing verzoeht dan wel reeds verkregen heeft, voor zich een recht hunnen doen gelden, hetwelk met vrucht tegen het door den verzoeker gesteld recht kan worden tegengeworpen, in dier voege dat dit voor dat van den opposant moet wijken.

Waar bij vonnis iemand is verklaard eigenaar van een uitgestrektheid „woesten'' grond, zijn in de toewijzing niet begrepen binnen die uitgestrektheid gelegen stukken bebouwden of in cultuur gebrachten grond.

Si Amat galar Datoe Radja nan Sati eisclier en opposant, comp. bij den adv. en proc. Mr. C. H. Gockinga, contra

Den heer Robert Goldie, particulier, wonende te Padang, ged. en geoppos., comp. bij den adv. en proc. Mr. J. J. Smits.

DE RAAD VAN JUSTITIE TE PADANG,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der daadzaken;

O. dat de eischer en opposant in verzet is gekomen tegen het vonnis van dezen raad dd. 30 October 1890, waarbij de gedaagde en geopposeerde is verklaard eigenaar van het daarbij