is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klachten wegeDS overtreding van politie en van plaatselijke keuren, mitsgaders van wettelijke bepalingen van algemeenen aard;

dat bij geen latere wettelijke bepalingen het middel van cassatie uitgebreid en ook van toepassing verklaard is op vonnissen door de raden van justitie in hooger beroep gewezen van overtredingzaken, waarin luidens het voorschrift van art. 108 § 2 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie de Residenten op Java en Madura in eersten aanleg oordeelen;

O. dat mitsdien het beroep in cassatie in deze niet ontvankelijk is;

Gelet op de bovenaangehaalde wetsbepalingen en art. 411 van het Reglement op de Strafvordering;

Rechtdoende:

Verklaart den requirant niet ontvankelijk met het door hem ingestelde beroep in cassatie;

Veroordeelt hem in de daarop gevallen kosten.

Zitting van 14 September 1893. Voorzitter en Raadsheeren: als voren.

Art. 329 Inl. Reglt. — Lijfsdwang. — Vaststelling

VAN de wijze waarop te ondergaan. bepaling

van den duur bij meerdere opgelegde geldboeten.

Be landraad, meer dan een geldboete opleggende, moet volgens art. 329 Inl. Reglt. den duur der lijfsdwang vaststellen voor elke boete, en mag dien niet bepalen naar het totaal bedrag daarvan.

Hij moet tevens aangeven, hoe zij zal behooren te worden ondergaan, in dwangarbeid dan wel in gevangenis.