is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter voorkoming van misverstand dadelijk vooropstel, dat er een duidelijk verschil in onze taal bestaat:

tusschen /brieven en wolleven;

tussohen handhaven en in het leven- of weer in het leven roepen;

tusschen (onderworpen-) worden en (onderworpen-) llijoen;

een verschil, dat m. i. niet genoeg is in acht genomen.

Wanneer wij niet vragen naar de bedoeling des wetgevers, maar de duidelijke woorden van art. 78 E. R. tot leiddraad nemen, dan kan ik met het oog op het daar gebruikte woord „blijven" nog maar niet begrijpen, hoe wij daaruit moeten afleiden een herleving van de oude, nationale rechtspraak.

Wil men daarentegen meer op de bedoeling des wetgevers letten, — waartegen echter ook ik bezwaar heb bij zulke duidelijke bewoordingen — zou het dan aannemelijk zijn, dat de wetgever den priesters een zóó onbepaalde en uitgebreide bevoegdheid heeft willen geven, terwijl hij de bemoeienissen der priesters waarschijnlijk slechts kende door Staatsblad 1835 no. 58, en in elk geval wel niet zal hebben vermoed, dat deze zóó ver strekten als Mr. P. betoogt?

Kan de wetgever ooit bedoeld hebben zulk een onzekeren, aan willekeur blootstellenden rechtstoestand te scheppen niet als zeer beperkte uitzondering, maar als verstrekkende regel? (*)

Neemt men niet aan dat in art. 78 R. R. bedoeld zijn de godsdienstige wetten of oude herkomsten, die bestonden tijdens het maken dier bepaling (oorspronkelijk in art. 3 R. O.), dan mist men eiken vasten grondslag, want naar welk tijdperk moet men dan die oude herkomsten beoordeelen?

Trots allen eerbied voor de in Mr. P's. verhandeling (Pi) aan den dag gelegde kunde, mag ik dan ook de opmerking niet achter-

(*) Ik beroep mij bier slechts op de waarschijnlijke bedoeling des wetgevers in overeenstemming met zijn woorden en dan nog alleen voorzoover men aan deze bedoeling argumenten wil ontleenen. Ik voor mij ben daar niet voor en zal mij dus aan de woorden honden en mij alleen op deze beroepen.