is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spelen door een instelling, die de stoutste droomen der Javaansche Pan-Islamieten voorloopig zou overtreffen !

Naast het Hoog-Gereclitshof van N. I. niet alleen een HoogMilitair — maar ook een Hoog-Mohammedaansch-Gerechtshof!

Dat wij den bestaanden toestand voorloopig lieten bestaan en — geen kans ziende een der gewichtigste plichten van den staat: de zorg voor onvertogen recht, terstond in haar geheel te aanvaarden, — niet dadelijk aan alle knoeikolleges een eind maakten, was een wijze toepassing van het beginsel om niet te veel tegelijk aan te vatten, maar geleidelijk te hervormen. Een gansch anderen indruk zou het echter maken, wanneer wij zelf een opperrechterlijk Mohammedaansch kollege in 't leven gingen roepen, een Islamsche synode, als 't ware, die in hooger ressort zou oordeelen o. a. over alle zaken rakende den Mohammedaansohen godsdienst, die door haar officieel hoog standpunt een te ontzien lichaam, wellicht binnenkort een brandpunt van Mohammedaansche aspiraties, een woordvoerder der fanatieken zou worden.

Dat zou zijn den vijand op wacht zetten bij het kruithuis en den Inlander aanmoedigen tot vlijtiger betrachting van den Islam; want men weet, dat alles wat hoog en aanzienlijk is, den Inlander aantrekt.

Daarom moet elke niet door loutere en ongevaarlijke verdraagzaamheid geboden daad, waardoor het aanzien van dien godsdienst, zij het ook slechts onopzettelijk, wordt verhoogd, vermeden worden.

De „centrale raad van appel", zou volgens Mr. P. moeten bestaan uit drie mohammedaansche wetgeleerden en in appel rechtspreken voor geheel Ned.-Indië. Kan men van deze drie wetgeleerden verwachten, dat omtrent elk gewest van Ned.-Indië althans één der drie genoeg kennis zou hebben om dit kollege in den regel voor grove fouten te behoeden, die uit onbekendheid zouden kunnen voortspruiten?

Trouwens die mohammedaansche wetgeleerden zouden zich wel heel weinig aan de plaatselijke adat storen en, evenals de neiging daartoe bij de Priesterraden bestaat, zuiver mohammedaansch