is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat aangezien niet blijkt, dat appellanten met het vonnis a quo zijn bezwaard, dit behoort te worden bevestigd, met uitzondering alleen van dat gedeelte, waarbij het Raadslid Mr. G. J. A. van Berckel is benoemd tot Rechter Commissaris ten overstaan van wien het getuigenverhoor zou plaats hebben en de termijn is bepaald, binnen welken de meest gereede partij zich tot den Rechter-Commissaris ter bepaling van plaats, dag en uur zoude hebben te wenden, zijnde deze termijn thans verstreken en Mr. van Berckel tot andere functien geroepen;

Gelet, behalve op de aangehaalde wettelijke bepaling, op art. 563 van het Burgerlijk Wetboek en art. 58 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende in hooger beroep:

Verwerpt de door appellanten voorgestelde middelen van niet ontvankelijkheid der actie;

Boet te niet het appel;

Bepaalt dat de meest gereede partij zich tot den eersten rechter zal hebben te wenden met het verzoek om een nieuwen Rechter-Commissaris te benoemen ten overstaan van wien het getuigenverhoor zal plaats hebben en om een nieuwen termijn te bepalen, binnen welken de meest gereede partij aan den Rechter-Commissaris bepaling van plaats, dag en uur zal hebben te vragen;

Bekrachtigt overigens het vonnis van den raad van justitie te Semarang ddo. 16 November 1892, waarvan appel;

Veroordeelt appellanten in de kosten van het hooger beroep.

Zitting van 12 Oclober 1893.

Voorzitter en Raadsheeren : als voren.

Levering.—Uitvoering van een contract aangaande ondernemingen van landbouw. lijfsdwang.

Waar een ventilator systeem B lachman is besteld, doch zooals later blijkt een andere ts geleverd, moet, zoo deze door den be-