is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat het opgeworpen cassatiemiddel derhalve behoort te worden verworpen ;

Gelet op de aangehaalde wetsbepaling en de artt. 53 en 432 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende :

Verwerpt het ingesteld beroep in cassatie;

Veroordeelt de reqnirante in de kosten in cassatie gevallen, de bij ' b Hofs arrest van 7 September 1893 gereserveerde f daaronder begrepen.

Zitting van 2 November 1893.

Voorzitter en Raadsheeren: als voren.

Art. 402 B. Rv. — Art. 197 Inl. Regl. ■— Vonnissen

in hooger beroep door raden van justitie van landraadvonnissen. beroep in cassatie. — Aanvang van den termijn.

Be aanzegging aan partijen op last van clen president van den landraad, ingevolge art. 197 zgd. Inl. Reglt., dat het in hooger beroep gewezen vonnis bij liem is ingekomen, en dat zij daarvan inzage en afschrift kunnen nemen, staat gelijk met de beteekening bedoeld in art. 402 Regl. B. Ro.

De termijn voor cassatie van zoodanige in hooger beroep van landraadvonnissen door de raden van justitie gewezen uitspraken begint derhalve van den dag dier aanzegging te loopen.

De arabier Abdullali bin Djin Alatas, koopman, wonende te Pekalongan, requirant van cassatie, comp. bij den adv. on proc. Mr. W. Stortenbeker, contra

De chineesche vrouw Tan Pit Nio, zoo voor zich in privé als in hare qualiteit van voogdesse over hare minderjarige zonen Li Hi Thaij, Li Teng Tioe en Li Sin Tjie en de chineezen Li Ki Sin, Li Ka Tjoe en Li Pio In, allen wonende te Pekalongan, gerequireerden in voorschreven cas.