is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar dus eenige personen, een prauw als vervoermiddel gebruikende om zich van den wal naar een op een reede liggend vaartuig te kunnen begeven, op dat vaartuig diefstal plegen, zonder dat blijkt dat er tusschen die personen eenige verhouding bestaat van schipper of bemanning van die prauw of dat die prauw voor zeevaart gebezigd of uit zee gekomen is, is er geen sprake van bovenbedoeld misdrijf.

Een droogdok is in den zin der wet niet als een vaartuig aan te merken, (*)

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het aan het Hoog Gerechtshof van Nederlandsch-Indië gerichte verzoekschrift van den officier van justitie bij den raad van justitie te Soerabaja van 25 Mei 1893, houdende verzoek oui regeling van rechtsgebied tusschen den buitengewonen voorzitter van den landraad te Grissee en den raad van justitie te Soerabaja in de strafzaak van de Inlanders Pa Moekaran alias Saleka, Sitrodiwirio alias No, en Niti Astro alias Sarimin;

Gelet op de door de ambtenaren van het Openbaar Ministerie bij den landraad te Grissee en bij den raad van justitie te Soerabaja ingediende memorien;

Gehoord het rapport van den raadsheer Mr. H. van Dissel Szn.;

Nog gehoord de door den Procureur-Generaal bij monde van den Advocaat-Generaal Mr. Ch. H. Nieuwenhuijs ter terechtzitting genomen conclusie, daartoe strekkende dat het Hof met bekrachtiging der beschikking van den raad van justitie te Soerabaja van 31 December 1892 den landraad te Grissee zal aanwijzen als de bevoegde rechtbank om van de zaak der in hoofde dezes genoemde beklaagden kennis te nemen met veroordeeling van den staat in de kosten;

Gezien de stukken;

O. dat de bovenbedoelde beklaagden rechtens verdacht worden gehouden, dat zij, wetende dat die goederen door middel van misdrijf waren verkregen, een stuk takeltouw ter waarde

(#) Zie T. dl. XL blz. 366 en T. dl. XLI bl. 191.