is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zitting aangewezen, nagenoeg in dezelfde kleur als door den eersten getuige bepaald —, dat de rest van het lichaam daarentegen de gewone lijkkleur had;

dat Kariosemito daarop de sarong weder heeft dichtgevouwen en met liet lijk door de keuken is gegaan naar de waterput, in de nabijheid waarvan het kind moet zijn begraven ;

O. dat de verklaringen der beide bovengenoemde getuigen worden bevestigd door de beèedigde getuigenissen van de in. landsche vrouw Dasinah, de doekoen Pjajeng Liris en de doekoen Biang llewoong, van wie de eerste heeft verklaard, dat zij in dienst van den heer S., langen tijd geleden, des morgens bloed heeft gezien in de badkamer en toen van Kariosemito heeft vernomen, dat beklaagde den vorigen avond was bevallen en het kind bij de put, op een plek herkenbaar door de omgewerkte aarde, was begraven, wat haar niet verwonderde, omdat zij opgemerkt had, dat beklaagde een zwaren buik had, later geslonken en de gewone menstruatie gedurende maanden niet had gekregen, daar zij, met het wasschen belast, de gewone banddoeken niet ter reiniging had gekiegen;

de tweede, dat zij, twee maanden voordat de heer S., naar Europa ging, toevallig aan den omvang van den buik van beklaagde, den toestand harer borsten en de aderen aan den hals heeft bemerkt, dat beklaagde zwanger was;

de derde, dat zij, vele maanden geleden, door beklaagde geroepen, heeft geconstateerd, dat deze sedert drie maanden zwanger was en dat zij toen haar middelen tot afdrijving heeft geweigerd;

O. dat de zwager van beklaagde J. S., ter terechtzitting buiten eede tot het geven van inlichtingen gehoord, heeft verklaard, dat hij op Maart 1891 naar Europa is vertrokken en op 2 September van hetzelfde jaar te B. is teruggekeerd;

O. dat alle bovengenoemde getuigen het er over eens zijn, dat de bevalling van beklaagde niet lang na het vertrek des heeren S. heeft plaats gehad;

. O. dat beklaagde in verband met deze verklaringen ter terechtzitting heeft bekend, dat zij op een tijdstip, onzeker wanneer,