is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veroordeelt den beklaagde, thans appellant en gedaagde a minima, ter zake in het vonnis vermeld tot de straf van militaire detentie voor den tijd van één jaar;

Bepaalt dat hij 11a zijn ontslag uit de detentie zal worden geplaatst bij een strafdetachement voor den tijd van zes maanden;

Bekrachtigt voor het overige het vonnis;

Verwijst den beklaagde nog in de kosten en misen der justitie, mitsgaders in die van den processe in appel gevallen.

Zitting van 13 October 1893. Voorzitter: als voren.

Art. 145 Rechtspl. Landm.— Onwettige Samenstelling van den Krijgsraad.

Hij, die als plaatselijke militaire kommandant officieren commissarissen heeft benoemd tot het honden van een gerechtelijk onderzoek en mitsdien beslist heeft, dat over de daad van een beklaagde door een krijgsraad zal worden erkend, mag niet tot lid van den krijgsraad in de zaak van dien beklaagde worden benoemd.

HET HOOG-MILITAIR-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gezien het vonnis van eenen daartoe benoemden krijgsraad te Bandjermasin tegen den in hoofde dezer genoemden beklaagde, gewezen op den 26sten en uitgesproken op den 29sten Augustus 1893, waarbij hij is schuldig verklaard aan : „insubordinatie door woorden" en overzulks veroordeeld tot de straf van militaire detentie voor den tijd van zes maanden, met verwijzing voorts in de kosten en misen der justitie, zoomede in die van den processe;

Gelezen den namens den appellant op 22 September 1893

LXI. - 27