is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1893, 01-01-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgd, en daarom het vonnis, zoomede de procedure in de zaak van den thans appellant, gehouden, voorzoóver die in strijd is met genoemde wetsbepalingen, behoort te worden vernietigd;

O. dienaangaande:

dat, hoezeer moet worden toegegeven, dat in dit geval had belmoren te zijn geprocedeerd, overeenkomstig art. 247 sqq. der Rechtspleging bij de Landmacht, uit het niet opvolgen van dat voorschrift, niet behoeft te volgen, de nietigheid der gevolgde procedure, omdat, zoowel de eerste als de hoogere rechter, ook nu in de eerste plaats hebben te beslissen over de vraag, of de beklaagde vroeger al dan niet militair is geweest en derhalve daarbij niemand belang heeft, zoodat de voorgestelde nietigheid behoort te worden verworpen;

O. wat betreft de hoofdzaak;

dat de krijgsraad te recht, op de gronden en bewijsmiddelen, in het vonnis vermeld, als wettig en overtuigend bewezen heeft aangenomen, dat de thans appellant, militair is, en derhalve te recht de, door dezen voorgestelde, exceptie heeft verworpen ;

Overwegende enz.

Gelet op de artt. 50 en 58 van 's Hofs Provisioneele Instructie;

Rechtdoende:

In naam en van wege de Koningin !

Verwerpt de voorgestelde nietigheid van procedure;

Ontvangt het appel;

Vernietigt het vonnis, waarvan appel;

Spreekt den beklaagde, thans appellant, vrij van het hem ten laste gelegde;

Gelast, dat hij onmiddellijk op vrije voeten zal worden gesteld, ten ware hij om andere redenen in hechtenis mocht belmoren te verblijven;

Verwijst den staat in de kosten en raisen der justitie, mitsgaders in die van den processe in beide instantiën gevallen.