is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is het b. v. wel eens gebeurd, dat de Landraad zich ambtshalve onbevoegd moest verklaren om kennis te nemen van een zelfs te Medan of in deszelfs onraiddelijken omtrek gepleegd misdrijf, omdat hetzelve bleek niet door, tegen of in vereeniging niet rechtstreeksche onderdanen van het Gouvernement, maar door of tegen onderdanen van den Inlandschen bestuurder te zijn gepleegd. Zie b. v. het vonnis van den Landraad te Medan dd. 13 Maart 1889, tegen den beklaagde Katjoeng (een Javaan) gewezen en bekrachtigd bij arrest van bet Hoog-Gerechtshof (2e Kamer) dd. 5 Juni 1889, een en ander opgenomen in het Tijdschrift: het Recht in Indië Deel 53 pag. 203 vv.

Onwillekeurig dringt zich hier de vraag aan ons op, waarom, althans in zake van misdrijf, het Ned.-Iud. Gouvernement in de geheele residentie Oostkust van Sumatra de rechtspraak niet geheel aan zich getrokken heeft, waardoor ook de rust en veiligheid van de in dat gewest verblijf houdende rechtstreeksche onderdanen van het Gouvernement zelf beter zouden zijn verzekerd.

Het wil er namelijk bij mij niet goed in, dat hiertegen van den kant der op hun gemak gestelde Inlandsche vorsten overwegende bedenkingen zouden zijn gemaakt.

Althans, terwijl volgens art. 30 van het Oost-Sumatra Reglement aan de Inlandsche bestuurders der in het bezit van zelfbestuur gelaten rijken of landschappen het recht is voorbehouden om in de bizondere gevallen, waarin hunne onderdanen voor de Gouvernements rechtbanken moeten terechtstaan, in persoon, of bij gemachtigde in de rechtbank zitting te nemen ten einde in die zaken hun gevoelen te doen kennen, werd van die bevoegdheid slechts zelden gebruik gemaakt.

Terwijl voorts de sub 3o, 4o en 5o van categorie A. door mij vermelde personen mij geen aanleiding geven tot eenige opmerking, behoudens dat het niet altijd even duidelijk zal zijn wat onder de sub 3o genoemde Gouvernementsetablissementen moet worden verstaan, worden verder onder no. 6 gebracht tot diegenen, welke als rechtstreeksche onderdanen van het Gouvernement worden beschouwd: alle. Chineezen.

Dit is met het oog op het groote aantal der in de residentie