is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Resident der Oostkust van Sumatra is te kennen gegeven, dat onder de in no. 7 genoemde personen niet zijn begrepen die, welke hoewel binnen de grenzen van ondernemingen van dand- of mijnbouw gevestigd, toch gerekend worden huiten de exploitatie dier ondernemingen te staan.

Sedert deze door de Regeering gegeven toelichting, of wel authentieke interpretatie, zal men ook ten opzichte van niet tot de inheemsche bevolking van Sumatra's Oostkust behoorende personen niet meer kunnen volstaan met te vragen of zij op de een of andere onderneming van land- of mijnbouw gevestigd zijn, inaar zal men telkens nog bovendien de vraag dienen uit te maken of zij, alhoewel daarop gevestigd, echter ook soms moeten gerekend worden buiten de exploitatie van die onderneming te staan.

En zoo staat men hier in eens voor kwesties als deze, of b. v. de van elders afkomstige Maleische, Javaansche, Bandjareesche kedehhouders, welke op vele van die ondernemingen gevestigd zijn, en aan de koelies van die ondernemingen levensmiddelen en niet zelden pok de benoodigde werktuigen plegen te verkoopeti, ook zeiven tot de exploitatie van die ondernemingen behooren dan wel moeten geacht worden daar buiten te staan.— En of ditzelfde ook kan gezegd worden het geval te zijn met de vele Klingaleezen, welke zich met of zonder voorkennis van den administrateur, op de eene of andere onderneming als wagen- of karreverhuurders en vrachtrijders hebben gevestigd en evenals ten behoeve van elk en een iegelijk, die zulks verlangt, ook ten behoeve van den administrateur dier ondernemingen hunne wagens, karren en diensten tegen betaling beschikbaar stellen.

Na deze uitweiding keeren wij terug tot de boven sub B door mij vermelde categorie van personen, zijnde de onderdanen van de verschillende Inlandsche bestuurders, in de gevallen, dat deze krachtens de met hen gesloten contracten en de door hen afgelegde verklaringen aan de rechtbanken en rechters van het Gouvernement onderworpen zijn.

Die gevallen dan zijn: