is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerecht ter Sumatra's Oostkust groot is, kan hieruit blijken dat van de civiele vorderingen, welke daarbij door Inlanders en Vreemde Oosterlingen tegen Europeanen en met dezen gelijkgestelde personen werden aangebracht, verreweg de meesten voor of op de terechtzitting alsnog door betaling of schikking werden beëindigd.

Er. wanneer men nu verder in aanmerking neemt, dat het getal Europeesche en met dezen gelijkgestelde ingezetenen in de Residentie Oostkust van Suraatra, hetwelk gelijk wij boven zagen in het jaar 1887 nog niet meer dan 688 bedroeg, tegen het eind van bet jaar 1890 (zie de Regeeringsalmanak van 1891) reeds tot 1530 was gestegen, dan zal men begrijpen dot het ook voor dezen laatslgn van het hoogste belang is, dat de vele kwesties omtrent contractbreuk en dergelijke, welke zich zoo herhaaldelijk ook tusschen ben onderling voordoen, op hoogst eenvoudige, snelle en goedkoope wijze kunnen worden beslist.

De ondervinding heeft dan ook geleerd, dat deze instelling in alle opzichten aan de daaromtrent gekoesterde verwachtingen voldoet en algemeen wojrdt geapprecieerd.

Wat voorts de boven sub lo (van art. 25) vermelde burgerlijke rechtsvorderingen betreft, hieronder zullen wel verreweg het grootste aantal der vorderingen vallen, welke tegen Europeanen en met dezen gelijkgestelde personen worden aanhangig gemaakt. Tevens is hier duidelijker dan in art. 108 van het Reglement op de R. O. met betrekking tot de Residentiegerechten op Java en Madoera is geschied, omschreven, dat de bevoegdheid om Europeanen en met dezen gelijkgestelden voor het Residentiegerecht te trekken, van den landaa/d van den e'ncher geheel en al onafhankelijk is, zoodat dienaangaande kwesties als in no. 963 van het Indisch Weekblad van het Recht door mij werden behandeld, althans in de Residentie Oostkust van Sumatra, zich niet meer kunnen voordoen.

Wat wijders de sub 2o. (van art. 25) vermelde burgerlijke rechtsvorderingen betreft, van de bevoegdheid om ook deze voor het Residentiegerecht te brengen, werd vrij veel gebruik gemaakt. En zoo is het mij wel eens gebeurd, dat ik als Resi«