is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgebreide rechtsmacht, welke aan liet Residentiegerecht ter Sumatra's Oostkust, in vergelijking van de elders bestaande Residentiegerechten is toegekend, acht ik van het hoogste belang, dat het buiten allen twijfel worde gesteld, dat van overtredingzaken> welke in eersten aanleg door het Residentiegerecht ter Sumatra's Oostkust en in hooger beroep door den Raad van Justitie zijn behandeld geworden, in cassatie kan worden gekomen bij het Hoog- Gerechtshof.

Terwijl namelijk deze vraag eerst bij een arrest van het HoogGerechtshof van N. I. dd. 8 Februari 1833, onder praesidium van Mr. D. L. F. de Paulij (opgenomen in het Tijdschrift het Recht in N.-Indië, Deel 40 pag. 118) met betrekking tot de Residentiegerechten op Java en Madoera en later bij arrest van 2 October 1881, onder praesidium van Mr. J. Sibenius Trip (opgenomen in Deel 43, pag. 317 van datzelfde Tijdschrift) ook met betrekking tot de Residentiegerechten ter Sumatra's IFestkust, beide keeren op zeer gemotiveerde gronden in ontkennenden zin is beantwoord, werd daarentegen bij arrest van datzelfde HoogGerechtshof, dd. 14 Mei 1891 (opgenomen in Deel 56 pag. 393 van het reeds meergemelde Tijdschrift), hetwelk even als het laatst voorgaande onder praesidium van Mr. J. Sibenius Trip gewezen werd, met betrekking tot de Residentie Oostkust van Sumatra, zonder eenige motiveering en dus stilzwijgend, evenals of zulks van zelf sprak, aangenomen, dat tegen dergelijke in eersten aanleg door het Residentiegerecht ter Sumatra's Oostkust, en in hooger beroep door den Raad van Justitie te Batavia, gewezen vonnissen wel degelijk cassatie is toegelaten.

Vermits echter de bij de vroegere arresten, ten behoeve van eene ontkennende beantwoording van die vraag, aangevoerde gronden, m. i. evenzeer op het Residentiegerecht ter Sumatra's Oostkust toepasselijk zijn, blijft alzoo, ook met betrekking tot dit laatste de zaak nog altijd eenigzins kwestieus. (*)

(*) Sedert is echter weer bij een arrest van liet Hoog-Gerechtshof van 7 September 1893 (opgenomen in Deel 61 van het Tijdschrift het Recht in Indië pag. 229 vv.) eene tegenovergestelde beslissing genomen. Ook deze beslissing was echter niet gemotiveerd.