is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De derde titel van het IVde hoofdstuk handelt over de rechtspleging in zaken van overtreding, welke tot de kennisneming van de Landraden behooren.

Van de vier afdeelingen, waarin deze titel is gesplitst, handelt de eerste over het onderzoek op de terechtzitting, de beraadslaging en het vonnis.

Het is mij nooit goed duidelijk willen worden, wat den wetgever heeft gemoveerd om voor de behandeling van overtredingzaken, welke tot de competentie van de Landraden behooren, eene procedure voor te schrijven, welke van de voor misdrijven vastgestelde, niet alleen afwijkt, maar ook, wat eenvoud betreft, bij deze laatste zelfs achterstaat.

Heeft het ten opzichte van misdrijfzaken welke door den Landraad moeten worden berecht, langen tijd een punt van verschil uitgemaakt, of daarbij de akte van verwijzing dan wel de akte van beschuldiging als de grondslag van het strafproces moest worden aangemerkt, zoo gingen daarentegen met betrekking tot de overtredingzaken sommigen zelfs zóó ver van te verkondigen, dat, wel verre, dat ook bij deze de akte van verwijzing als de grondslag van het strafproces zoude kunnen worden aangemerkt, zoodanige akte daarbij eigenlijk zelfs geheel overbodig was, terwijl er ook thans nog enkelen zijn, die, waar het overtredingzaken geldt, aan zoodanige acte van verwijzing slechts eene zeer ondergeschikte rol willen zien toebedeeld.

Mij echter is het steeds voorgekomen eene miskenning te zijn van den inquisitoiren aard, waardoor, in tegenstelling met het strafproces voor de Europeesche rechtbanken en rechters, het strafproces voor de Landraden, zoowel in zake van misdrijf als ook in zake van overtreding is gekenmerkt, om aan schrifturen, welke zooals in misdrijfzaken, de akte van beschuldiging, en in overtredingzaken de bevelen van dagvaarding van een zoo weinig zelfstandig en ontwikkeld ambtenaar van het O. M. als de Djaksa of hoofddjaksa op Java en Madoera zijn uitgegaan de kracht toe te kennen, welke in de Europeesche strafvordering aan het Requisitoir van een zoo zelfstandig en ervaren Europeesch rechterlijk ambtenaar als de Officier van Justitie pleegt te worden toegekeud.