is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiervan de akte van verwijzing aan den beklaagde moet worden beteekend, zoodat, behoudens het wegvallen van de akte van beschuldiging, die procedure geheel met die in zake van misdrijf overeenkwam.

Dat dit niet is geschied, is dubbel jammer, omdat, terwijl de akte van verwijzing, indien zij althans aan den eiscli der wet zal voldoen, eene duidelijke en gemotiveerde omschrijving van de ten laste gelegde feiten behoort in te houden, het telkens een allervreemdsten indruk maakt, dat hetzelfde nog eens, en niet zelden in minder correcte, zoo al niet juridiek zelfs geheel onjuiste bewoordingen, in het door den Ambtenaar van het O. M. uitgevaardigde schriftelijke bevel van dagvaarding moet worden herhaald, en alzoo de kans wordt beloopen, dat wegens gebrek aan overeenstemming tusschen die beide schrifturen, de behandeling der zaak in appel vernietigd, en het O. M. met zijne in eersten aanleg tegen den beklaagde ingebrachte beschuldiging niet ontvankelijk verklaard wordt.

Dat dit geen hersenschimmige vrees is, daarvan levert de geschiedenis der N. I. jurisprudentie meer dan één be wijs op.

Zelfs is het wel eens voorgekomen dat de behandeling eener overtredingzaak in appel werd nietig verklaard, omdat de vorm van het door den Inlandschen officier van justitie uitgevaardigde schriftelijk bevel van dagvaarding te veel aan eene akte van beschuldiging, gelijk die bij misdrijven gebruikelijk is, deed denken, hetgeen mij dan ook aanleiding gaf om daarover eenige opmerkingen ten beste te geven in eene verhandeling, welke is opgenomen in Deel XXIX van het Tijdschrift het Recht in Indië pag 1 en volgende.

Theoretische bezwaren om de proced ure in zake van misdrijven en overtredingen, welke tot de competentie van de Landraden belmoren met elkaar in overeenstemming te brengen, kunnen er m. i. ook niet bestaan, vooral niet nadat bij Stbl. 1S7C no. 237, zelfs bij de Raden van Justitie de procedure ten opzichte van vele misdrijven met die van overtredingen is in overeenstemming gebracht, al is men dan ook door den meerderen

LXII. 4