is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sumatra Reglement te dezen opzichte eenigszins wierd verduidelijkt. (1)

Wat eindelijk de zesde of laatste titel van het IVde list. over het vervallen, ophouden en te niet gaan van vervolgingen en straffen handelende, betreft, deze meen ik met stilzwijgen te kunnen voorbijgaan.

Het vijfde Hoofdstuk bevat eenige gemengde bepalingen, en onder deze zijn er eenige (zie de artt. 456 en 457), waaruit men kan zien, dat de wetgever zeer kwistig is geweest met het opdragen aan den Landraadvoorzitter van verschillende werkzaamheden en rechterlijke verrichtingen, welke bij de Reglementen op de Burgerlijke Bechlsvordering, en op de /Sfóra/vordering aan de Presidenten van de Raden van Justitie, en bij het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel aan de Hoofden van gewestelijk of plaatselijk bestuur zijn opgedragen.

Voegt men hier nu nog bij, dat volgens de artt. 38, 295 en 296 van het Oost-Sumatra Reglement, de Registers zoowel van civiele- en als ook van strafidVtn van al de in de geheele residentie aanwezige Magistraatsgerechten maandelijks door den President van den Landraad te Medan behooren te worden nagezien, dan zal men begrijpen, dat althans deze Voorzitter, welke als zoodanig ook bij den Landraad te Bindjei fungeeren moet en wiens uitgebreide rechtsbevoegdheid als Residentierechter zich over het gebied der geheele residentie uitstrekt, er eene flinke dosis werkkracht op moet nahouden. (2)

(1) Sedert ik dit schreef is bij Koloniale ordonnantie van Stbl. 1892 no. 106, nader goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van datzelfde jaar Wed. Stbl. no. 11 (Ind Stbl. 1892 no. 236) uitdrukkelijk bepaald dat visa reperta van geneeskundigen, opgemaakt betzij op den eed bij de aanvaarding hunner bediening afgelegd, betzij op den eed aan den Lande gedaan in strafzaken bewijskracht hebben, voor zoover zij eene verklaring inhouden, omtrent betgeen door den geneeskundige aan bet voorwerp van onderzoek waargenomen is.

(2) Sedert is bij Stbl. 1892 no. 14 met intrekking van art. 286 'van bet Oost-Sumatra Reglement die Landraadvoorzitter ook nog met de inspectie der landsgevangenisson belast geworden.