is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1894, 01-01-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

contra

den Chinees Tee Tjaij Khing, luitenant zijner natie, wonende te Bezoekie, geintimeerde, comp. eerst bij den adv. en proe. Mr. J. R. Voute en daarna bij den adv. en proc. Mr. J. Gerritzen.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der feiten:

Overnemende het exposé daarvan vervat in het vonnis van den raad van justitie te Soerabaja dd. 14< December 1892, tusschen partijen gewezen, waarhij de eisch is toegewezen, mitsdien nietig en van onwaarde is verklaard en alzoo buiten effect is gesteld de acte op 28 October 1891 sub no. 6 voor den te Bezoeki resideerenden notaris Ch. E. Hornung en getuigen verleden, met ontheffing verder van de 2e. en 3e. eischers van den hij die acte ten behoeve van den gedaagde gestelden borgtocht en met veroordeeling van de eischers in de kosten van het rechtsgeding;

En wijders:

O. dat de eischers binnen den wettelijken termijn van dat vonnis in hooger beroep zijn gekomen, doch alleen voor zoover Z1 j daarbij in de kosten van het rechtsgeding zijn veroordeeld, en voorts bij conclusie van eisch in appel en van eisch incidenteel subsidiair hunne bezwaren tegen die veroordeeling hebben ingebracht, daarbij ouder anderen te kennen gevende, dat zij, vóór zij de introductieve dagvaarding in dit geding hebben doen afgaan, bij herhaling de grosse der obligatie, dat is van de bovenbedoelde acte aan geintimeerde hebben teruggevraagd, doch geintimeerde steeds geweigerd heeft die aan appellanten a f te geven, biedende appellanten, voor het geval, geintimeerde zulks mocht ontkennen, doch slechts geheel subsidiair, aa n om het evenbedoeld feit door getuigen te bewijzen;

O. dat geintimeerde het aangevallen vonnis als wel en terecht